Heb jij jouw appeltje voor de dorst goed geregeld? Hoe zit het eigenlijk met jouw pensioen?

pensioen
Appel
door Bianca Lathouwers
gepubliceerd:
laatst gewijzigd:
840 keer bekeken

Let op. De genoemde bedragen en percentages kunnen inmiddels zijn veranderd.

Nadat je jarenlang hebt gewerkt, mag je straks lekker van je pensioen genieten. Tijdens je volwassen leven bouw je daarvoor een appeltje voor de dorst op. Deels in een AOW-uitkering, deels in een aanvullend pensioen via je werk. Maar hoe sappig is dat appeltje voor de dorst straks eigenlijk nog? We bekijken het samen met registerpensioenadviseur Mari van der Ven van Adviescentrum inZICHT .


Hoe is het pensioen opgebouwd?

Op grond van de  Algemene Ouderdomswet (AOW) krijg je een basispensioen. Dit wordt verzorgd door de Sociale Verzekeringsbank. Momenteel bedraagt de AOW € 750,35 per maand voor gehuwden en € 1.500,70 per jaar voor alleenstaanden. Dit volledige bedrag krijg je trouwens alleen als je de 50 jaar hiervoor alleen in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Voor elk jaar wonen of werken in het buitenland, wordt de AOW met 2% verlaagd.

Wanneer begint jouw AOW?

De AOW-regels zijn pasgeleden nogal veranderd.  Op 1 januari 2013 is de AOW-leeftijd met één maand gestegen: van 65 jaar naar 65 jaar en een maand. Deze leeftijd blijft de komende jaren stijgen. In 2018 naar 66 jaar en in 2021 naar 67 jaar. Bij de Sociale Verzekeringsbank kun je jouw AOW-leeftijd opzoeken. Ook verdwijnt in 2015 de partnertoeslag AOW. Een AOW-gerechtigde met een jongere partner loopt hierdoor per maand maximaal € 722,21 mis.

Hoeveel pensioen krijg je eigenlijk?

Naast de AOW bouwen veel werknemers via hun werk een aanvullend pensioen op. Hoeveel pensioen en AOW jij inmiddels hebt opgebouwd ? Met je Digi-D kom je er snel achter. De premies hiervoor stort de werkgever bij een pensioenfonds, een levensverzekeraar of een premiepensioeninstelling. Pensioenfondsen en levensverzekeraars beleggen dat geld en de premiepensioeninstelling kan er ook voor kiezen het geld op een spaarrekening te storten.

Minder dekking, minder pensioen

De verschillende pensioenfondsen beleggen de premies dus om zo jouw appeltje voor de dorst meer waarde te geven. Maar door de economische crisis worden beleggingen minder waard. Hierdoor is ook de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen gedaald. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het geld van de pensioenfondsen en de betalingsverplichtingen van de pensioenfondsen aan gepensioneerden. Deze is vastgesteld op 105%. Veel pensioenfondsen halen dit echter niet waardoor ze moeten korten op de pensioenen.

Dat klinkt niet echt veelbelovend …

Mari van der Ven denkt echter dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. “De dekkingsgraad van de pensioenfondsen hangt vooral af van de beleggingen die ze doen. Ik heb er alle vertrouwen in dat deze in de toekomst weer zullen aantrekken. Daardoor komt straks volgens mij ook de betaalbaarheid van het pensioen weer helemaal op orde. Ik zie geen gevaar, de dekkingsgraad trekt wel weer aan.”

’Nieuw’ betekent niet per se ‘beter’ Soms is het aantrekkelijker om je opgebouwde pensioen premievrij bij je oude fonds te laten doorlopen.

Verplicht fonds voor ambtenaar en verpleger

Hoewel optimistisch over de toekomst van de pensioenfondsen, ziet Van der Ven wel een aantal verbeterpunten in het huidige systeem. “De verplichting om aan een vastgesteld pensioenfonds mee te doen, zou van mij meer mogen worden losgelaten.” Het bedrijfsleven dat aan een cao is verbonden, is nu namelijk daartoe verplicht. Per bedrijfstak voor bijvoorbeeld de bouw of voor bepaalde beroepsgroepen, zoals ambtenaren, havenwerkers en medewerkers binnen de gezondheidszorg.

Meer keuzevrijheid voor werkgever en werknemer

“Volgens mij is het juist gunstiger voor de marktwerking als dit meer wordt vrijgelaten. Dat bedrijven zelf het pensioenfonds kunnen kiezen. Ook de werknemers krijgen zo meer keuzevrijheid over waar hun pensioen wordt verzekerd. Ze kunnen dan zelf op zoek naar een voor hun situatie interessant fonds. Misschien dat het helemaal loslaten een brug te ver is, maar lossere voorwaarden zou volgens mij al een goede stap in de juiste richting zijn.”

Blijf je werken tot je 67ste? Geen pensioenprobleem!

De dekkingsgraad trekt volgens Van der Ven dus wel weer aan. Iemand van een jaar of 35, met nog aardig wat werkjaren voor de boeg kan dus gerust ademhalen? “Als je constant aan het werk blijft en dus ook constant pensioen opbouwt, voorzie ik geen problemen. Maar als je eerder wilt stoppen met werken of straks van een groter pensioen wil genieten, dan moet je daar zelf voor extra voor gaan sparen.”

Extraatje sparen voor straks

Dat extra sparen voor je pensioen kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld bij je eigen pensioenfonds. Maar dat kan ook bij een bank of verzekeraar. Als je spaart op een bankrekening zet je elke maand een bedrag opzij. Zolang je minder dan € 21.139 op je spaarrekening hebt staan, hoef je hier geen belasting over te betalen. Alles boven dat bedrag wordt wel belast. Daarbij is de kans groot dat dit bedrag in 2014 wordt bijgesteld.

Banksparen en lijfrente

Een andere mogelijkheid is om bij je bank of verzekeraar een lijfrentebankspaarrekening te openen. Dan stort je of in één keer of elk jaar een bedrag. Dit geld mag je pas weer opnemen als je met pensioen gaat. Zodra je dat geld opneemt, ga je er ook belasting over betalen. Let wel op dat je je fiscale grenzen niet overschrijdt. Deze rekenhulp helpt je daarbij. Ook kun je kiezen voor een lijfrenteverzekering. Je betaalt dan een premie waarmee je je verzekert van een bepaald pensioenbedrag. Ook hierover betaal je pas belasting als je het bedrag krijgt uitgekeerd.

Veilig sparen of beleggen voor meer rendement

“Stuk voor stuk heel veilige opties. Je krijgt terug wat je inlegt en daar bovenop komt een beetje rente.”, aldus Van der Ven. “Ideaal als je al op leeftijd bent, maar iemand van een jaar of 35 kan volgens mij beter gaan beleggen via een verzekeringsmaatschappij. Het risico is hoger, maar dat geldt ook voor het rendement. Op zo’n leeftijd heb je nog alle tijd om het financieel recht te trekken, mocht een belegging toch minder goed uitvallen.”

Nieuwe baan, gaat je pensioen mee?

Tegenwoordig werken mensen niet hun hele leven bij hetzelfde bedrijf, maar wordt er regelmatig van werkgever veranderd. Heeft dat eigenlijk nog gevolgen voor je pensioen? “Je kunt je pensioen gewoon meenemen. Maar de voorwaarden kunnen per pensioenfonds verschillen. Dat moet je wel even goed bekijken”, adviseert Van der Ven. “’Nieuw’ betekent niet per se ‘beter’ Soms is het aantrekkelijker om je opgebouwde pensioen premievrij bij je oude fonds te laten doorlopen.”

Ingewikkeld? Laat het berekenen

“En soms is het ook beter om je pensioen juist wel mee te nemen. Als bijvoorbeeld je premievrije pensioen niet wordt aangepast aan de inflatie, vermindert de waarde. Al met al is dit geen wet van Meden en Perzen. Krijg je niet helder wat in jouw geval het slimst is, dan kan het verstandig zijn om een specialist ernaar te laten kijken. Ja, dat kost ook geld, maar onder de streep kan dat je ook meer pensioen opleveren.”

Met een werkloosheid van bijna 9% ontstaan er ook steeds vaker pensioengaten. Hoe wapen je je daar het beste tegen?

“Als je niet werkt, bouw je ook geen pensioen op. Dus dan kan er zo’n gat ontstaan. Ideaal is natuurlijk als je de financiële middelen hebt om dat gat zelf te dichten met een lijfrenteconstructie. Het voordeel hierbij is dat je hierbij gebruik kan maken van de inhaalruimte. Dit is een bedrag aan betaalde lijfrentepremies dat je de afgelopen zeven jaar niet van de belasting hebt afgetrokken. Dat kun je dan alsnog doen.”

Extra potjes voor een zeker pensioen

Maar daarvoor moet je dus wel de financiële ruimte hebben. “Ja, en dat is bij veel mensen zeker niet het geval. Daarom is het echt zaak dat je je pensioenopbouw nu al heel goed in de gaten houdt en nu al zorgt voor extra potjes, voor het geval je straks onverhoopt een pensioengat opbouwt. Ben je nog relatief jong, zou ik je adviseren om het risico te nemen en te gaan beleggen. Zo heb je straks hopelijk een sappig appeltje voor de dorst.”


Je wilt straks lekker van je pensioen gaan genieten. Maar heb je eigenlijk enig idee hoeveel pensioen je straks krijgt?